Bookmark and Share
nl | en |
contact   |  credits 

Tot op het bot

25 Sep 2010

Wolf In The Winter

Donkere avond met interactie tussen performers, zwarte dreiging in de lucht ... afwachten

Wolf In The Winter

TOT OP HET BOT

Er is een soort van simpelheid in het gedrag van wolven wat verschilt van de handigheid van honden. Deze kwaliteit is essentieel voor de natuurlijke overleving én overlevering van de troep en de menselijke mythologieën die daaraan zijn gaan vastkleven. Het heeft niets van doen met het over de grond rollen of het narennen van stokken of het opzitten voor fooitjes. Wij, het performance collectief dat hun naam draagt; The Wolf In The Winter, hebben ernaar gezocht ons een gelijksoortige schaarsheid aan te meten. Om acties en beelden te vinden die niet op technologie of ingewikkelde mechanische processen van expressie berusten. We pogen al onze communicatie en sferen ter plaatse op te roepen. Op een gecontroleerd fragment in de tijd in het licht te treden. Half bewust van wat zou kunnen gebeuren en half zeker van het weten van het onwetende. Ons begevend in een elementair licht van onthulling, slechts enkele props en littekens met ons mee dragend. Nomadische residu’s en geverfde huiden.

De rauwheid van deze ver doorgevoerde metafoor gaat niet alleen over het herleiden, zij verlangt ook een dichte nabijheid van onze toeschouwers door het verwijderen van de barrières die voorbereiding en geoefende vaardigheden oproepen. We hebben niets te verkopen of te laten zien. Virtuositeit wordt vervangen door het blootstellen aan, en de zich in het spotlight bevindende ruige cirkel van zaagsel of van zand schuifelt naar een lens, voor ieder om naar zichzelf te staren.

In veel opzichten zou je kunnen stellen dat we in de tegenovergestelde richting rennen van de moderne stromingen in de hedendaagse kunst. Dat we gezien willen worden buiten de plechtige winnende-lot-esthetiek van ‘the white cube’. Dat zou best zo kunnen zijn, maar ik heb in geen enkele van onze samenkomsten dat motief ooit bediscussieerd horen worden. Is het misschien gewoon zo dat we eerder op zoek gaan naar een eigenzinnige afkeuring, omdat we simpelweg weten dat we er niet passen, in die ruimte en in deze tijd. Het zij zo. Voor enkelen van ons trekt de wildernis meer dan het erf, en het verlangen de lucht in beweging te brengen en een herinnering in het geheugen van ons publiek te branden lijkt veel belangrijker dan het op te bergen in eigendom of het aan een lege muur te hangen, ergens in een lege ruimte.   

Als het publiek hun hoofd krabt, hun schouders ophaalt of alleen maar grijnst wanneer het voor ons voorbij is, is dat oneindig beter dan enige ovatie die vereist dat we alles nog een keer doen. Het staat ons toe ons te verschuilen in hun moeite om het te ontrafelen. Hoe dan ook in alle bescheidenheid moet ik zeggen dat de meeste toeschouwers betrokken raken door de emotionele kracht en het universele in onze onuitgesproken acties, en dat is de energie die zij meenemen. De dingen die we doen zijn niet opgenomen in een programma of komen van achter een sluitend gordijn. Wij als een sluwe roedel zullen kruipen achter de zich terugtrekkende getuigen en ze volgen naar hun huis. Misschien om ze later te bespringen en een gebied te markeren in de onderbewuste arena van hun nachtelijke slaap of tijdens hun werk de komende dagen. 

De huidige koude winden van afgeslankte rijkdom verkondigen al een vertroebeling in de helderheid van de beeldende kunst. Dwingen de grote leugen dat cultuur een luxe is om weer haar lelijke onzinnige hoofd in boosheid te tonen. De Wolf In The Winter werd geboren uit een dergelijke plaats en tijd en een deel van ons geniet van het idée om te brommen in de gezichten van diegenen die redigeren en wiens hulp of respect nooit gewenst was.

Hoe kouder het wordt hoe leniger de troep wordt, als alles tot op het bot beknot is, zullen wij de geur van bloed smaken.  

Brian Catling Oxford 2010


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 
*) verplichte velden